Droogte of niet, in Nederland komt altijd water uit de kraan. Al sinds 1853, toen voor één cent de eerste emmer drinkwater uit de Zandvoortse duinen werd getapt. Maar die vanzelfsprekendheid staat onder druk. Door klimaatverandering, economische groei en vervuiling komen de grenzen van onze drinkwatervoorziening in zicht. Hoe zorgen we dan dat er ook in 2050 nog gewoon water uit de kraan komt? In het Living Lab Strategisch Hart wordt daarnaar gezocht.
Volgens René Hoeijmakers, directeur Water & Wastewater Treatment bij ingenieurs- en adviesbureau Rambøll, is de urgentie duidelijk. Drinkwaterbedrijven leveren betrouwbaar drinkwater, maar de omstandigheden om dat te blijven doen worden steeds lastiger. De winning van grondwater loopt tegen grenzen aan, bronnen raken vervuild en het ontwikkelen van nieuwe locaties kost veel tijd. Tegelijk vraagt de groeiende watervraag om ruimte, investeringen en snellere vergunningen. Op dezelfde manier doorgaan is volgens hem geen optie meer. “We hebben extra water nodig. Met de huidige manier gaat dat niet meer lukken. We hebben een trendbreuk nodig. We moeten dit rigoureus anders doen.”
Open vraag aan de markt
Die urgentie vormde voor drinkwaterbedrijf Vitens de aanleiding om het anders aan te pakken. Geen vooraf uitgewerkt plan, maar een open vraag aan de markt: help ons dit probleem oplossen. Dat maakte het meteen interessant, maar ook complex voor de betrokken partijen.
“Dit is geen opgave die één partij alleen kan oplossen”, zegt Maarten Kuiper, directeur Water en Klimaat bij Aveco de Bondt. In een vroeg stadium zochten de betrokken partijen elkaar op om samen het consortium te vormen, waarin verschillende expertises samenkomen. Volgens Maarten speelde René daarin een verbindende rol. Zelf relativeert René dat. “Dat is mij iets te veel eer”, zegt hij lachend. “Ook Mark van Westerlaak van IA Groep speelde een belangrijke rol. We hebben in het begin veel vanuit zijn kantoor gewerkt en daar samen de basis gelegd, in samenwerking met de andere partners.”
Vanaf het begin stond niet vast hoe de oplossing eruit zou zien. Vitens legde de opgave neer, maar het ‘hoe’ lag open. “Ook wij wisten het nog niet precies”, zegt René. “Je moet gewoon beginnen en onderweg blijven leren en bijsturen.” Die ruimte maakt het verschil. Vrijuit testen, keuzes bijstellen en nieuwe inzichten direct meenemen. Niet binnen vaste kaders, maar vanuit vakmanschap en expertise.
Daarbij keek het team verder dan alleen de technische opgave. “Een belangrijk onderdeel van het succes zit in het écht begrijpen van de klant”, zegt Maarten. “We hebben veel tijd genomen om ons te verdiepen in de bredere opgaven van Vitens en wat er speelt binnen de hele organisatie. Die opgave hebben we echt de onze gemaakt en verweven in onze aanpak. Die investering werkte twee kanten op: ook Vitens verdiepte zich in de ideeën en mensen van het consortium.”
Dat bleek een onderscheidende factor. Vitens gaf tijdens de beoordeling expliciet terug dat het consortium hierin uitblonk.
Blauwdruk voor de toekomst
Het Living Lab moet sneller drinkwater opleveren dan tot nu toe mogelijk was. Waar dat normaal tien tot vijftien jaar duurt, moet het hier in een paar jaar gebeuren. Tegelijk wordt gewerkt aan iets groters: een aanpak die Vitens ook op andere plekken kan toepassen. Een blauwdruk om in de toekomst sneller en slimmer nieuwe waterbronnen te ontwikkelen. Ook internationaal is er veel interesse voor deze manier van werken, van onder meer Zweden en Denemarken tot het Verenigd Koninkrijk en Singapore.
In de offertefase kwam het team wekelijks bij elkaar op het kantoor van IA Groep in Duiven. Sinds de start van het project gebeurt dat op het hoofdkantoor van Vitens in Zwolle. Daar wordt aan het project gewerkt én aan de samenwerking zelf. “In het begin hebben we daar bewust veel tijd in gestoken”, vertelt René. “Niet alleen in de inhoud, maar juist ook in elkaar leren kennen. Dat is echt een goede investering geweest.”
Toch blijft dat een continu proces. “Je merkt hoe snel je terugvalt in hoe je het altijd deed. Het vereist inspanning om daar vanaf te wijken. Daar moeten we steeds scherp op blijven. Dus je moet elkaar blijven uitdagen.”
Vernieuwen én draagvlak houden
Volgens Maarten zit de kracht in die balans tussen vernieuwen en draagvlak. “Als je alleen vernieuwt, verlies je draagvlak. En als je alleen draagvlak zoekt, verandert er niets. Het mooie is dat we die twee bij elkaar hebben gehouden.” Dat zie je ook terug in de manier waarop naar de omgeving wordt gekeken. Niet eerst een oplossing bedenken en die daarna uitleggen, maar samen met de omgeving onderzoeken wat er mogelijk is en waar kansen liggen.
De komende jaren staan in het teken van bouwen en testen. Maar voor René en Maarten zit het succes in meer dan alleen het eindresultaat. Voor hen is het project geslaagd als het niet alleen werkt voor Vitens, maar ook gedragen wordt door de omgeving. En misschien nog belangrijker: dat deze manier van werken blijft. Dat het niet bij één project blijft, maar de nieuwe standaard wordt. “Dan hebben we echt een beweging in gang gezet.”