Zoeken
Duurzaamproject Meteren

Bouwen zonder zekerheid op stroom: de uitdaging van Zuidwestboog Meteren

Een bouwplaats zonder stroom? Voor de meeste projecten ondenkbaar. Toch gebeurde het bij Zuidwestboog Meteren. Terwijl het project emissiearm uitgevoerd moest worden, bleek er na gunning ineens geen netaansluiting beschikbaar. En zelfs de netaansluiting die paar jaar later zou komen, kwam met een opvallende voorwaarde: zodra er een trein rijdt, krijgt het spoor voorrang op de stroomvoorziening. Dus hoe houd je een bouwplaats draaiend als je niet kunt vertrouwen op een vaste aansluiting? Bij Van Hattum en Blankevoort leidde die vraag tot een compleet andere kijk op energiegebruik. Geen standaard dieselaggregaat, maar een slimme combinatie van opwek, opslag en efficiënt energieverbruik.

Uitleg Zuidasboog Meteren; De Zuidwestboog bij Meteren is een nieuwe spoorverbinding die de Betuweroute koppelt aan de A2-corridor. Het project wordt uitgevoerd door Van Hattum en Blankevoort, samen met Gebr. van Kessel en Martens en Van Oord, in opdracht van ProRail. Met de aanleg wordt de capaciteit voor goederenvervoer vergroot en ontstaat er meer ruimte op het bestaande spoor doordat goederentreinen efficiënter kunnen worden geleid. De realisatie is onderdeel van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) en draagt bij aan een robuuster en toekomstbestendig spoornetwerk in Nederland.

Tijdens de voorbereiding kwam het bericht dat het project bij Zuidwestboog Meteren niet zomaar stroom zou krijgen vanwege netcongestie in het gebied, wat betekent dat het elektriciteitsnet daar overbelast is. “We gingen uit van een netaansluiting, maar na gunning bleek die er toch niet te komen. Daardoor moesten we opnieuw bekijken hoe we het project van energie gingen voorzien,” vertelt Joost Veeningen, projectcoördinator en hoofd werkvoorbereiding bij Van Hattum en Blankevoort. De eerste gedachte is dan vaak een dieselaggregaat: altijd stroom, altijd beschikbaar. Maar diesel was hier geen optie. De uitstoot paste niet bij de eisen van het project en een aggregaat dat de hele dag draait voor een fractie van zijn vermogen is gewoon verspilling. 

 

Vanaf dat moment verschoof het vraagstuk: niet langer "welke aansluiting komt er?", maar hoe laat je een bouwplaats überhaupt draaien zonder vaste netaansluiting? Via het congestieloket van VWML, de materiaaldienst van VolkerWessels, kwam Joost in contact met Thomas van Riet, senior specialist energie met een achtergrond in duurzame energietechnologie aan de TU Delft. In plaats van direct te kiezen voor een zware noodoplossing, keken ze eerst naar de kern: wat heb je écht nodig om de bouwplaats draaiend te houden? En wat kan slimmer? " Je kijkt eerst wat je echt nodig hebt en hoe je dat zo efficiënt mogelijk invult," legt Thomas uit. Samen met leveranciers Energie & Gebouwen en Bredenoord werd vervolgens een hybride systeem opgebouwd met zonnepanelen voor opwek, batterijen voor opslag en een aggregaat als back-up. Het systeem schakelt automatisch tussen die bronnen: overdag laden de batterijen, 's avonds draait de bouwplaats op opgeslagen energie en alleen bij piekbelasting springt het aggregaat bij. Wat opvalt is dat deze oplossing niet alleen duurzamer is, maar in de praktijk ook goedkoper is uitgepakt dan een volledig dieselalternatief. Terwijl vaak wordt gedacht dat verduurzamen duurder is, laat dit project zien dat het ook anders kan. 

Inmiddels werkt Joost ook aan een nog duurzamere oplossing: toch een netaansluiting! Maar wel eentje die anders is dan een gewone netaansluiting. "Op het moment dat er een trein voorbijkomt of dat het spoor stroom nodig heeft, krijgt het spoor voorrang en wordt de stroomtoevoer naar de bouwplaats tijdelijk onderbroken," zegt Thomas. Juist daarom blijft het hybride systeem ook dan noodzakelijk. "Met lokale opwek en opslag kun je die momenten overbruggen. Dus ook mét aansluiting moet je slim blijven omgaan met je energievoorziening." 

  

Wat in Meteren is ontwikkeld, wordt door het netcongestieloket van VWML inmiddels op meerdere andere projecten toegepast of staat op het punt te worden ingezet. Bijvoorbeeld op de A44 van KWS en Van Hattum en Blankvoort, De Vechtstroming van Van Hattum en Blankevoort en een asfaltcentrale in Eindhoven. "We hebben hier veel van geleerd en inmiddels draaien er al drie andere projecten met een vergelijkbare opstelling," zegt Thomas. De kracht zit volgens hem vooral in het delen van die kennis. "Het probleem waar jij mee zit, is misschien ergens anders al een keer opgelost." 

 

Een bouwplaats zonder vaste netaansluiting hoeft dus geen probleem te zijn. En ja, dat kan ook zonder een permanent draaiend dieselaggregaat. Niet harder draaien op diesel, maar slimmer omgaan met energie. Meteren laat zien dat het kan.