De proef moet uitwijzen of het mogelijk is om, zonder kwaliteitsverlies, bij lagere temperaturen - voornamelijk vorst - het asfalt duurzaam te repareren. De proef vond plaats op de A58 bij Breda. Er is een compleet wegvak aangelegd van 300 meter.
Rijkswaterstaat vroeg wegenbouwers met methodes te komen om bij kou toch grote stukken asfalt neer te leggen. Dit voorkomt de dubbele hinder die noodreparaties bij vorstschade (gaten vullen) en, het in een later (warmer) stadium vervangen van het asfalt, met zich mee brengt.
KWS Infra meldde zich voor het experiment en probeert nu met eigen methodes te bewijzen dat het kan. Eerst wordt, zoals gewoonlijk, de toplaag eraf gefreesd. Dan rijdt er een mobiele warmte-unit overheen om de ondergrond te verwarmen.Vervolgens volgt de sproei- spreidmachine van KWS infra, diel in een enkel procedé de gemodificeerde kleeflaag en ZOAB+ aanbrengt. Bovendien wordt aan de ZOAB+ een extra recept toegevoegd om het ook bij lagere temperaturen te kunnen verwerken.
De TU Twente verricht tijdens de proef onder meer metingen van asfalt temperaturen met infrarood camera's en de materieel bewegingen worden vastgelegd met GPS. Ook worden boorkernen genomen, die later in het laboratorium worden onderzocht. Dit alles om vooral de levensduur in te kunnen schatten.